Als Sofie tijdens haar studie rechten in contact komt met de Raad voor de Kinderbescherming, ontdekt ze waar haar hart ligt: bij kinderrechten. Haar doel wordt om als jurist bij de RvdK te gaan werken. Maar voordat ze dat gaat doen, besluit ze eerst kennis en werkervaring op te doen in het jeugddomein. In 2017 treedt Sofie uiteindelijk in dienst bij de RvdK. Daarmee komt voor haar een jeugddroom uit: ‘Als je in Nederland iets wilt betekenen voor kinderen, dan moet je bij de RvdK zijn.’

‘Het verschil kunnen maken voor kinderen begint ook bij wet- en regelgeving’

“Ik heb altijd een zwak gehad voor kinderen en jongeren. Als tiener gaf ik paardrijles en paste ik op. Tijdens mijn studie werkte ik bij de kinderopvang en de kinder- en jongerenrechtswinkel. Toen ik de RvdK leerde kennen, wist ik dat dit mijn plek was. Maar ik vond dat ik eerst meer moest leren voordat ik daar kon werken. Daarom deed ik eerst binnen het departement werkervaring op als student-stagiair, junior jurist en juridisch medewerker. Ik hield me onder andere bezig met onderwerpen als internationale kinderontvoering en interlandelijke adoptie. Zo kwam ik voor het eerst in contact met de juristen van de Landelijke Staforganisatie (LSO) van de RvdK. Diezelfde juristen vroegen mij later of ik hun collega wilde vervangen tijdens haar zwangerschapsverlof. Ik zei direct ja. Ik werd twee keer gedetacheerd en in 2017 uiteindelijk aangenomen op een vaste functie als juridisch adviseur.”

Je kunt opkomen voor het kind dat zelf geen stem heeft.

Meerwaarde

“Vanuit de LSO in Den Haag denken we mee met de juristen op de locaties en adviseren we op verschillende niveau’s. Ik maak onderdeel uit van het team Juridische Zaken van de LSO, dat in nauw contact staat met het departement en de ketenpartners van de RvdK. De RvdK valt onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en is dus onderdeel van de overheid. Dat betekent dat dat we gebonden zijn aan regels en wetten, die in discussies worden bedacht en besloten. Als jurist kun je meedoen in deze discussies. Je kunt van je laten horen, adviseren en gezamenlijk tot mooie resultaten komen waarbij ook de positie van kinderen is vertegenwoordigd. Daarmee kom je op voor het kind dat zelf geen stem heeft: als het gaat om totstandkoming van regelgeving en beleid is de RvdK vanuit de overheid gezien een belangrijke speler en een organisatie die het belang van het kind centraal stelt. Daarom vind ik dat de RvdK echt een meerwaarde heeft.” 

We moeten constant op de hoogte zijn van wat speelt binnen de politiek, media en belangengroepen.

Overstijgend

“Ik krijg wel eens de vraag of ik niet liever jurist op locatie zou willen zijn dan op de LSO. Dat lijkt mij ook zeker leuk. Juristen op locaties houden zich voornamelijk bezig met de casuïstiek. Zij zijn als juridisch deskundige betrokken bij een raadsonderzoek en adviseren over elk kind apart. Werken vanuit de casuïstiek is dynamischer en socialer. Het werk van juristen op het LSO is meer overstijgend. We moeten constant op de hoogte zijn van wat er speelt binnen de politiek, media en verschillende belangengroepen. Dingen die daar gebeuren hebben direct invloed op de beslissingen die genomen moeten worden. Dat maakt het werk divers en actueel. Ik krijg er ook een groot verantwoordelijkheidsgevoel door. Wij grijpen in de levens van mensen in met beslissingen die klein lijken, maar groot zijn. Als jurist moeten wij ervoor waken dat we die beslissingen zorgvuldig nemen en dat iedereen die te maken krijgt met de RvdK dezelfde behandeling krijgt. Dat besef houdt me scherp.”

Meebewegen

“Dat de RvdK onderdeel is van de overheid betekent ook dat wij de minister hebben te dienen. Het kan dus voorkomen dat jouw advies als jurist niet wordt overgenomen, bijvoorbeeld omdat het niet past bij de belangen die spelen. Dat is soms moelijk. Je bent overtuigd van je advies, maar toch moet je accepteren dat jouw voorstel (deels) terzijde wordt gelegd. Belangrijk is dat je moet kunnen meebewegen. Er wordt van je verwacht dat je niet alleen aan het juridische probleem werkt maar ook aan de context eromheen. Als je dat niet kunt, stap je gehard een overleg binnen en wordt samenwerken lastig. Het duurt soms even voordat wet- en regelgeving wordt veranderd. Daar heb je als jurist niet altijd invloed op. Maar je kunt met elkaar wel beïnvloeden wat er wordt veranderd. Daar ga ik voor.”