Na eerst tien jaar in de jeugdpsychiatrie te hebben gewerkt, is Jan nu alweer 12,5 jaar werkzaam als raadsonderzoeker. Hij specialiseerde zich in gezags- en omgangzaken (G&O), waarin vooral vechtscheidingen aan bod komen. Moeilijke casussen die collega’s liever niet deden, omdat ze dan tussen twee ouders kwamen te staan. Jan vond ze juist interessant en uitdagend: ‘In G&O-zaken zijn ouders vaak verblind door hun eigen geruzie. Ze hebben geen oog meer voor de positie van hun kinderen, terwijl hun stem ook telt. Ik kan deze kinderen weer een podium geven.’

‘Je moet beseffen welke positie je hebt’

“Tijdens mijn onderzoek proberen ouders elkaar vaak in slecht daglicht te zetten. Ze beschuldigen de ander over en weer en proberen mij op die manier te beïnvloeden in mijn advies. Ik leg de ouders uit dat het mij niet gaat om hun mening over elkaar, maar dat hun kind(eren) een stem krijgen in de situatie. Het is mijn taak om in zulke complexe en heftige situaties de positie van het kind weer centraal te stellen, omdat ouders die in hun onderlinge strijd uit het oog zijn verloren. Als het mij lukt om spanning en stress voor kinderen te verminderen en ouders ertoe te bewegen de stem van hun kind(eren) weer centraal te stellen, dan heb ik mijn doel bereikt.”

Het maakt me trots dat de RvdK een verschil heeft kunnen maken.

Sterk

“Laatst had ik een zaak waarin de ouders in strijd uit elkaar waren gegaan en er al lange tijd geen contact was tussen dochter en vader. De vader wilde zijn dochter graag weer zien, maar de moeder liet dit niet toe. Het liep uit op een verbaal gevecht zonder uitkomst, waardoor uiteindelijk de RvdK werd ingeschakeld. Tijdens mijn gesprek met het kind was de moeder aanwezig en zij bleef volhouden dat haar dochter haar vader niet wilde zien. Maar ineens keek het meisje mij aan en zei dat ze haar vader wél wilde zien. Ik verbaasde me hoe sterk het meisje was en besefte me weer hoe belangrijk het is om naar kinderen te luisteren. Zonder de RvdK was het niet gelukt om vader en dochter bij elkaar te brengen, want vanwege haar leeftijd (jonger dan 12) zou het meisje niet worden gehoord door een rechter en de moeder hield elke hulp tegen. De dochter en vader zien elkaar nu weer en dat gaat goed. Het maakt me trots dat de RvdK een verschil heeft kunnen maken.” 

Je hoofddoel is de situatie oplossen samen met de ouders en het kind.

Welwillender

“Ik heb gemerkt dat de aanwezigheid van raadsonderzoekers angst en weerstand oproept bij ouders, omdat zij denken dat wij veel macht hebben. Raadsonderzoekers werken vanuit de overheid en grijpen in namens haar. Dat kan ouders imponeren. Als raadsonderzoeker moet je je daar bewust van zijn, door vanaf het begin duidelijk te maken wat je hoofddoel is: de situatie oplossen samen met de ouders én het kind. En met het team waarmee je als raadsonderzoeker samenwerkt: een advies maak je namelijk niet alleen, maar samen met juridisch deskundigen en gedragsdeskundigen. Met hen deel je indrukken, overleg je ideeën en kom je samen tot een besluit. Mijn ervaring is dat ouders welwillender zijn om geholpen te worden als hun zorgen worden begrepen. Daarom moeten raadsonderzoekers rekening houden met hun positie en samen met ouders werken aan een oplossing.”

Prettig

“Soms heb je te maken met ouders die absoluut geen omgangsregel willen en zich fel verzetten tegen ons advies. Wij kunnen dan vaak niets meer doen, omdat de RvdK geen middelen heeft om een omgangsregel af te dwingen. Zouden wij ons advies blijven volhouden, dan is de kans groot dat ouders blijven procederen bij de rechtbank. Meestal verslechtert hierdoor de situatie tussen ouders verder en is ons handelen dus niet meer in het belang van het kind. Wij hebben dan de grenzen van onze mogelijkheden bereikt en dat frustreert, omdat je weet dat een kind slachtoffer blijft van een vechtscheiding. Gelukkig komt dit niet vaak voor en staan de meeste ouders open voor een raadsonderzoek.”