Heeft een jongere een strafbaar feit gepleegd en krijgt hij daarvoor een taakstraf opgelegd door een rechter, dan wordt Edwin ingeschakeld. Hij koppelt de jongere aan het meest passende werkproject. Hoewel Edwin dacht dit werk maximaal vijf jaar te doen, is hij na tien jaar nog steeds taakstrafcoördinator bij de RvdK. ‘Mijn werk gaat eigenlijk over opvoeden,’ licht hij toe. ‘Dat vind ik het mooiste wat er is.’

‘De meerwaarde van een werkstraf wordt onderschat’

“Mijn taak begint bij het intakegesprek. In dit gesprek zit ik aan tafel met de ouders en jongere. Ik leg uit hoe de jongere een werkstraf moet uitvoeren en wat mijn rol daarin wordt. Er zijn twee bronnen die het soort werkstraf bepalen: het gedrag van de jongere tijdens het gesprek en het rapport van de raadsonderzoeker. Het is niet mijn doel om de jongeren te pesten. Ik wil juist dat ze leren van hun werkstraf en er een toekomstperspectief door krijgen. Ik vraag ze daarom wat hun hobby’s en interesses zijn en ook wat voor soort werkstraf hun voorkeur heeft. Iets beloven doe ik niet, maar ik probeer wel om aan te sluiten bij de wereld van de jongeren.”

Het draaide om matching en niet om maatwerk.

Geen match

“Ik ben ooit begonnen als activiteitenbegeleider bij het Leger des Heils. Daarna werkte ik als gedragstrainer bij Opboxûh en hielp ik Haagse probleemjongeren om een dagstructuur op te bouwen. Boxen was daar een belangrijk onderdeel in. Toen ik daar werkte, werd ik een periode gedetacheerd als taakstrafcoördinator bij de volwassenreclassering. Vanwege mijn achtergrond als gedragstrainer paste die rol goed bij me. Maar ik merkte ook al snel de grenzen van die rol. Het draaide om matching en niet om maatwerk. Moest er iemand geholpen worden aan een werkstraf, dan keek je niet naar wat diegene nodig had maar waar plek was. Dat stond me tegen, omdat ik niet geloofde dat zo’n werkstraf bijdroeg aan de re-integratie van de gereclasseerde.”

Je hebt invloed op het voorkomen dat de jongere opnieuw de fout in gaat.

Verantwoordelijkheid

“Een vriendin tipte mij toen op een vacature als taakstrafcoördinator bij de RvdK. Ik verbaasde me over het verschil met de volwassen reclassering. In plaats van alleen vraag en aanbod te koppelen, draait het bij de RvdK vooral om de pedagogische meerwaarde van de werkstraf. Door de jongere te koppelen aan een werkplek, zoek je tegelijkertijd ook iemand die het kind het beste kan begeleiden in zijn ontwikkeling. Of dat gelukt is, ontdek je tijdens de uitvoer van de werkstraf en het eindgesprek met de jongere en ouder(s). Als ik tussendoor niet heb hoeven ingrijpen, zit het meestal wel goed. Als taakstrafcoördinator heb je invloed op het voorkomen dat de jongere opnieuw de fout ingaat. Het contact tussen de jongere en taakstrafcoördinator is daarom belangrijk. Ik ben groot voorstander dat de jongere het hele project dezelfde taakstrafcoördinator heeft .”

Resultaat

“Door het leveren van maatwerk in de werkstraf heeft de RvdK een pedagogische meerwaarde voor de jongere, die in mijn ogen door raadsonderzoekers nog wel eens wordt onderschat. Jammer genoeg denken zij soms dat een werkstraf minder effectief is dan een leerstraf. Maar het tegendeel is waar. Een tijd geleden begeleidde ik een meisje dat veroordeeld was voor het stelen van make-up. Ze had nog nooit gewerkt en sliep het liefst de hele dag. Ik koppelde haar aan een werkstraf in een winkel. Tijdens het eindgesprek vroeg ik haar hoe ze de werkstraf had ervaren. Ze was enthousiast en had gesolliciteerd op een bijbaan in een fastfoodrestaurant. Daar heeft ze zeker twee jaar gewerkt. Hoe mooi is het dat dit meisje door die werkstraf heeft leren werken voor haar geld?”